Het verdere lot

De peper- en kaneelstoommaalderij die in 1934 door Andreas Capiteyn werd overgenomen bleef in werking tot 1972 als “Maalderij A. Capiteyn, specerijen – kruiden”.

De hoofdactiviteit bleef het malen van peper, kaneel en muskaatnoot.  Om smaakcontaminatie te voorkomen werd één kollergang uitsluitend gebruikt voor de peper: witte, zwarte, muntok, lombok, piment, cayenne, enz.  De kaneelmolen werd ook gebruikt om tientallen soorten kruiden en bloemen te vermalen die vleesverwerkende bedrijven 1, speciaalzaken 2, dokters en apothekers nodig hadden. Ook planten voor cosmetica werden in de kasboeken teruggevonden.

Een selectie uit de kasboeken en facturen die deel uitmaken van het familie-archief toont de diversiteit aan zowel inlandse als exotische producten: cardamon (kardemom), haver, gember, saffraan, foelie of macis (= mantel over de eerste bast van muskaatnoot), koriander, lindebloem, geneverbeziën, grofnagels (= kruidnagels), sariette (= bonenkruid), orange (= schil van sinaasappel), mynthe (= munt), thymus, suiker, marjolaine (marjolein), estragon, sauge (salie), anijs, verveine (= ijzerkruid), look, galnoten (= uitwas aan de bladeren van eikenbomen), curcuma (= geelwortel), saponaire (= zeep-kruid), valeriaan, bella donna, henna, caroube (= johannesbrood), trèfle d’eau (= waterklaver), agar-agar, séné (seneplant), noix kola (= kolanoot), rhubarbre chine, eucalyptus, iris, carvi (= karwij), muguet (= meiklokje), zédoaire (= zedorawortel), cachou (= pruim), stramoine (= doornappel), patience (= soort zuring), aubépine (hagedoorn ), citron, fraisier (= aardbei), jusquiame (= bilzekruid), wierook, enz.

Producten zoals tannine (= looizuur), vischlijm en pannepoeier (= schaliepoeder van gebruikte leien) werden eveneens vermalen, net zoals een aantal niet nader gedefinieerde chemische producten. 3

Voor de vleesverwerkende industrie werd sulfiet (= zout van zwavelzuur) gemalen om o.a. in gehakt te verwerken.  Ook bloedalbumine, een mengsel van gestold bloed en slachtafval, waar bloedworsten van werden gemaakt, werd in de kasregisters en facturen aangetroffen. 4 

In 1948 verdween jammer genoeg de stoommachine en werd overgeschakeld op elektriciteit.  Gelukkig was dit de laatste grote ingreep.

Woning, maalderij en bedrijfsuitrusting bleven tot op heden bewaard en werden bij Ministerieel besluit van 13 november 2003 wegens hun historische en industrieel-archeologische waarde toegevoegd aan de lijst van beschermde monumenten, stads- en dorpsgezichten.  Het geheel is nog steeds in handen van de familie Capiteyn.

foto 1

Huwelijksboekje Andreas Capiteyn en Malvina Clyncke, gehuwd te Maldegem op 21 mei 1913.

foto 2

Andreas Capiteyn met echtgenote Malvina Clyncke en hun drie kinderen: Armand, Mariette en Aimé.



Notes:

  1. Conserves de viande “PROVIA” Vleeswarenfabriek, R. & R. De Groote, s.p.r.l., Gand–Crevelstraat 12–Gent.”
  2. Usines E.Vyncke, Zijstraat 21, Rouselare, pudding powder, vanillesuiker, zelfrijzende bloem, scheikundige  producten, drogerijen, kruiden, specerijen.
  3. N.V. Donck S.A. Produits Chimiques/Chemicaliën, Terlochtweg, Hemiksem.
  4. Emile Defay, Rue  St.Bernadette 49, Gand“, geleverd “par camion TRETAX“, “20 jutezakken van elk 50 Kos  = 1.000 Kos bloedalbumine” “voor het fijn malen zoals de vorige keer“, 15 mei 1961.