Huisvesting in een uitgeleefd kasteel

In Oostmalle woonde Anthony met zijn gezin aanvankelijk op het middelneerhof van het kasteel. Het opperhof was immers de residentie van de graaf. Van enige grandeur was echter geen sprake. Reeds decennia was het kasteel aan het vervallen en door instortingen waren delen ondertussen onbewoonbaar. Een aftakeling die Anthony niet kon stoppen want geplaagd door chronisch geldgebrek was de graaf niet geneigd (of in de mogelijkheid) om in het kasteel te investeren. Zelfs gewone reparaties werden verwaarloosd. De leden van de familie van Renesse gebruikten het kasteel immers zelden en verbleven hoofdzakelijk op hun kasteel in het Limburgse ‘s Heeren-Elderen (toen prinsbisdom Luik).

Hoe erg het kasteel eraan toe was bleek in 1729 toen Anthony’s opvolger Nikolaas Spirlet het kasteel op eigen kosten begon te renoveren. Voor de meest dringende herstellingen aan het dak liet hij 2.000 pannen uit Lier overkomen. De torentjes waren er in 1729 echter te slecht aan toe en niet meer te redden. “De genoemde torens zijn dus niet hersteld geworden, en het gebinte van de twee aan de zuidzijde is in de gracht van het opperhof gevallen, en gelukkig niet op het dak, als gevolg van de wind en het verval. De twee andere aan de noordkant dreigden te vallen. Reeds sterk overhellend naar het pannendak van het paviljoen, heb ik ze laten ontmantelen om te beletten dat ze op het dak zouden storten. De arbeiders hebben dit op gevaar van hun leven uitgevoerd, het gebinte in stukken en brokken in de torens laten vallen, want niets hield nog tezamen.

Een andere grote klus in 1729 betrof de fundering van de oude slottoren die dreigde in de gracht te vallen. Na het gedeeltelijk droogleggen van de slotgracht waren 40 werkdagen nodig om de zaak te stabiliseren.

Gelukkig voor Anthony vielen de verwarmingskosten ten laste van de graaf omdat het kasteel per slot van rekening toch diens residentie was. Bij de verkoop van hout uit het Gestelbos (= ’s Herenbos op het grondgebied van Oostmalle en Zoersel) werden in 1727 en 1728 verschillende loten door “Anthoni Capitaine in de naam van de Heere Baron d’ Oostmalle” opgekocht. 1 2

Het kasteel van Renesse te Oostmalle. Kopergravure ca. 1706 uit “Adellijke lusthoven in Brabant”. Rechts het opperhof, links de westzijde van het middelneerhof. Waarschijnlijk was het in deze westvleugel dat de familie Capitaine enkele kamers.bewoonde.

Het kasteel van Renesse te Oostmalle ca. 1777 (anoniem, prentenkabinet Plantin-Moretusmuseum Antwerpen). Links het opperhof. Van de vier hoektorentjes zijn de spitsdaken verdwenen, want in 1729 gedeeltelijk ingestort en vervolgens afgebroken. Volgens beschrijvingen was het opperhof er zo slecht aan toe dat alle ramen met planken waren dichtgespijkerd. Rechts het middelneerhof. Het naaldvormig dak met bolvormige verdikking van het poortgebouw is verdwenen.

De oostelijke helft van het middelneerhof van het kasteel van Oostmalle ca 1777. Men ziet de vertrekken van de heren van Oostmalle die tegen de centrale toren werden aangebouwd toen het opperhof onbewoonbaar was geworden. Daar woonde de familie Capitaine zeker niet. Waarschijnlijk bewoonden ze enkele kamers in de westvleugel. In de oostzijde bevonden zich vooral nutsruimten zoals de schuur, dorsvloer en koeienstal. Men ziet ook de dichtgemaakte oude toegangspoort aan de oostkant van de bijgebouwen met in het water de restanten van de ingevallen brug over de slotgracht. Deze brug had in het verlengde gelegen van de dreef die het kasteel met de kerk verbond.

 

Eigen haard is goud waard

Alles wijst er op dat het gezin Capitaine – Moreau van plan was zich definitief in Oostmalle te vestigen én dat ze er financieel terug wat beter aan toe waren na enkele jaren zwarte sneeuw. Vanaf 1726 bezat het gezin binnen de gemeente zelfs wat onroerend goed. 3 Voor april 1726 verhuisde het gezin, met inwonende vader Arnout Capitaine, naar een woning in de Groenstraat in Oostmalle. 4 Was dit naar het “Ten Smuyen hoff” waarvan verder sprake?

In 1728 en 1729 betaalde Anthony (grond)belasting voor: 5 6

– het “steenbacker driesken” verworven “bij koop jegens d’erfgenamen Theodorus Van Engelen

– drie bunder grond verworven “bij koop jegens d’ erfgenamen Adriaen Bervoets

– het perceel “den Willaert” verworven “bij koop jegens d’ erfgenamen Andries Van Peel

– het “Ten Smuyen hoff” verworven “bij koop jegens d’ erfgenamen Adriaen Mattheussen

 

Dit “ten Smuyen hoff” (de woning in de Groenstraat ?) was minstens dertig jaar oud en werd in 1692 omschreven als “een stede, huis en hof met den toebehoore houdende omtrent vierdalf vierendeel bunders, gelegen zuid aan ‘s Heeren strate, west aan Tonis Gheens, noord en oost aan Wouter Ghijsels”. Het was oorspronkelijk eigendom geweest van “Henrick Vermeerijk” maar na verloop van tijd in handen gekomen van enerzijds schout Jan Matthei Allaert en anderzijds Adriaen Mattheussen, die elk eigenaar waren van de helft.

Het was de helft van wijlen Mattheussen die op een onbekend ogenblik door Anthony Capitaine werd aangekocht. Een eigendomstitel die hij, waarschijnlijk in 1729, bij zijn (gedwongen) vertrek uit de gemeente doorverkocht aan “Cornelle Van der Linden”. 7

 

Ongewenst “president schepenen

In februari 1728 werd Anthony schepen van Oostmalle en voorjaar 1728 door graaf van Renesse zelfs aangesteld tot “president schepenen”. 8 Een ambt dat hij minimaal tot half oktober 1728 uitoefende. 9 Zijn voorzitterschap was echter niet naar de zin van verschillende dorpsnotabelen.

Op 30 april 1728 werd door de nieuwe griffier “ten verzoeke van vier verscheiden gegoede en ingezetene geschreven een commissie of procuratie op den procureur Mayolez, ondertekend bij vijftien principale gegoede en ingezetene, tot het presenteren van requeste in den Rade van Brabant tot laste van den heer Baron alhier nopende het aanstellen van Sieur Capitaine zijnen agent tot president schepenen ende ten einde van het restitueren der gearresteerde (= aangeslagen) pontgelden”. 10 11

Lag het probleem bij de graaf, die men het recht ontzegde een president/voorzitter aan te stellen, of was Anthony als persoon het probleem? Het rekwest zelf werd niet teruggevonden, maar waarschijnlijk kwamen de twee elementen aan bod. Sinds jaren ontving de Raad van Brabant uit Oostmalle klachten over “hun baron” en zijn personeel. 12 Men verweet van Renesse onder andere van “t sedert enige jaren herrewaarts zo onbedacht (te zijn) geweest dat hij bij pure caprice en zonder enige wettige redenen, den burgemeester en schepenen aldaar d’een voor d’ander naar van tijde tot tijde heeft afgezet”. Telkens waren ze vervangen door totaal “onbekwame personen, die in de dorpsaffairen en het geen de justitie aangaat niet en zijn ervaren”. Bovendien personen die niet tegen de graaf durfden in te gaan “ende alles moeten dirigeren naar (zijn) gezindheid en caprice waardoor de gemeente zeer slecht wordt geregeerd en considerable schade komt te lijden”. Daarnaast waren er tal van “oppressien en moedwillighede die den zelven baron met zijne adherenden (= aanhangers) dagelijks is beschrijvende”. Een van deze aanhangers die expliciet werd genoemd was “Antoine Cappitaine”, “zijnde zijnen agent en ofte domesticq op het hof tot Oostmalle”.

Van Renesse en zijn personeel hadden bovendien losse handjes. Zelfs in die mate dat de notabelen van Oostmalle de Raad van Brabant vroegen om te verbieden dat de “baron ende differsse adherenten (…) int’ toekomende in voorschreven prochie omtrent de huizen aldaar met wapens (zouden) verschijnen, ende van hun supplianten nimmermeer te molesteren.” Samengevat kwamen de klachten er op neer dat de “baron in plaatse van de justitie aldaar te laten floreren, de zelve tot contrarie is interromperende en de totale ruïne van de voorschreven gemeente veroorzaakt”.

De obstructie van de graaf ging trouwens ver. Na een geval van doodslag op 27 oktober 1726, werd door van Renesse “de 2e november daar naar schielijk de wet (= de schepenbank) afgezet (…) waardoor niet alleen belet en wordt het kunnen nemen der nodige informatien over den voorschreven doodslag”, “maar ook den totale cours van justitie, ende allen t’gene de directie ende interest der publieke dorpsaffairen is regarderende” werd verstoord.

13

Notes:

  1. DdR, familiearchief de Renesse, nr. 1.186 Conditie waarop men vanwege de procureur J. P. Quarteer zal verkopen schaarhout in ’t bos Gestel, dd 27/03/1727.
  2. DdR, familiearchief de Renesse, nr. 1.181 Voorwaarden en minuten van openbare hout- en strooiselverkoop in Gestelbos wegens Quarteer dd 5/1/1728 door notaris Heijns.
  3. RAA, oud gemeentearchief Oostmalle, nr. 19 zettingen 1721-1729, zetting opgemaakt dd. 24/09/1726.
  4. RAA, parochiearchief Oostmalle, liber animarum.
  5. RAA, oud gemeentearchief Oostmalle, nr. 19 zettingen 1721-1729, zetting op de oogst van het jaar 1728.
  6. RAA, oud gemeentearchief Oostmalle, nr. 42 wettelijke akten 1726-1735, akte dd. 20/07/1729.
  7. DdR, familiearchief de Renesse, nr. 61 Registre des cens d’ Oostmalle dans lequel les payements ont commencée l’ an 1692 jusqu’a 1730. Werkschrift van Spirlet, met o.a. vermelding van Capitaine.
  8. RAA, oud gemeentearchief Oostmalle, nr. 10 dorpsrekeningen 1717-1730, rekening Sint-Jansmis 1724 – Sint-Jansmis 1725. Rekening goedgekeurd en definitief afgesloten dd. 11/10/1728 door “dhr. Capitaine president, Peeter Smits, Adriaen Morales, Jacobus Breugelmans, Arnoldus De Wit schepenen”. Zelf tekende hij het stuk met “A. Capitaine loco schout”.
  9. RAA, oud gemeentearchief Oostmalle, nr. 42 wettelijke akten 1726-1735, akte dd. 2/08/1728.
  10. Pontgeld: heffing van 5 % op de verkoopprijs die de Heer van een heerlijkheid inde bij elke eigendomsoverdracht van leenroerig goed (landen, renten, vruchtgebruik e.d.).
  11. RAA, oud gemeentearchief Oostmalle, nr. 2, bundel resolutiën, correspondentie en requesten 17de – 18de eeuw. Jaaroverzicht “specificatiën van vacatiën schryfrechten door de schepenen van Oostmalle” voor de periode Sint-Jansmis 1727 tot Sint-Jansmis 1728.
  12. RAAnd, Office-fiscal du Conseil de Brabant, fiches de travail des dossiers en portefeuilles, nr. 9.541, bundel klachten van de bewoners van Oostmalle over de baron van Oostmalle (1723-1726).
  13. versie 2018