Jacobus Franciscus Capitaine, nog een verre oom

Jacobus Franciscus Capitaine, nog een verre oom

Gedoopt: Oostende 11 juni 1779.  Dooppeter was Jacobus De Puyssenaere.  Doopmeter was Maria Van den Bergh. Overleden: Oostende 10 januari 1860.

Hij was de oudste zoon van Franciscus Arnoldus Capitaine en Maria Theresia Van Thuyne en een oudere broer van onze voorouder Franciscus Arnoldus Capitaine (junior).  Hoewel dus slechts een verre verwant is het aangewezen hem een extra hoofdstuk te gunnen. Niet in het minst omdat er van hem tot op heden nakomelingen zijn die nog steeds de familienaam Capitaine dragen.

Op 17-jarige leeftijd was hij schoenmaker en woonde bij zijn ouders, huis nr. 1120 sectie 11 van het “Quartier d’Espagne1.  Als lid van het schoenmakersambacht kreeg hij op 8 januari 1795 van de plaatscommandant van Oostende te horen dat alle schoenmakers werden opgeëist om te helpen bij de fabricage van 300.000 paar schoenen voor de Franse Republiek en haar legers in de net veroverde Oostenrijkse Nederlanden.

Hij huwde, net 21 jaar oud, in Oostende op 10 messidor jaar. VIII (= 29/06/1800) met de ca zes maanden zwangere Maria Victoria Juliana JOUET (ook Joliet) (°Caen, departement Calvados, Frankrijk 2/06/1777, +Oostende 16/05/1830).  Dochter van Ambrosius Etienne Pierre Jouet (°Laval Saint-Vénérand, Frankrijk 30/06/1757, +Laval, Frankrijk 10/11/1823) 2 en wijlen Marie Victoire Pope (ook Poupon en Pipoo) (°Caen, Frankrijk 1761, +Oostende 24/01/1798). 3  Jacobus was toen schoenmaker.

Handtekening van Jacobus Franciscus Capitaine en het “marque” van zijn echtgenote onder hun huwelijksakte dd. 29/06/1800.

 

Maria Jouet kwam uit een gezin dat aan lager wal was geraakt.  Haar ouders, in 1777 “bourgeois de Caen”, waren kort na haar geboorte uit het Franse Normandië weggetrokken en hadden zich ruim 400 km verder in Oostende gevestigd tijdens “de Amerikaanschen oorlog in de eerste jaren 1780”.  Aanvankelijk kwam het gezin niets tekort en haar vader had als meester-kleermaker zelfs met drie leerjongens/knechten gewerkt: “Peter Vormezeele, Melchior Hertricx en Petrus Crosset”.  Juni 1801 getuigden deze drie dat in het huishouden van “Ambrosius Jouet gezeid Moncoeur meester-kleermaker van professie en wijlen zijne huisvrouw genaamd Marie Victoire Pope” (ook als Pipoo of Poupon terug gevonden) er “meermaals twisten en geschillen waren tussen man en vrouwe”. 4

Aanleiding was dat een “zekeren perruquier (= pruikenmaker) genaamd Henry François Dray bijge-naamd aimable Dray wat te veel gemeenschap hield met dezelve huisvrouw Jouet bij de welke hij dagelijks verkeerde zo t’haren huize als andersins tot zoverre dat zij ten lesten met dito Dray een reize heeft geweest doen in het binnenste van Frankrijk, alle het welke vrij veel opspraak in het publicq gaf”.  Gevolg was dat “Jouet ten lesten van verdriet zijn zinnen” verloor.  Zelfs in die mate dat hij in 1786 “in den water- of welput staande achter zijn woonst in de Witte Nonnestraete alhier is gesprongen alwaar hij ongetwijfeld het leven zou gelaten hebben tenzij hij spoediglijk daaruit was getrokken en verdere hulpmiddelen toegebracht.

Voor moeder Jouet was de reis naar Frankrijk blijkbaar slechts een kort amoureus intermezzo geweest en ze was naar Oostende teruggekeerd.  Tussen 1792 -1797 werden er in Oostende van haar acht kinderen geboren die volgens parochieregisters en burgerlijke stand allen Ambrosius Jouet als vader hadden.  Ondanks, of juist door de stroom kinderen was het nooit meer goed gekomen en door “dergelijke uitzinnigheden” was vader Jouet die “belast (was) met vele kinderen, allengskens gedompeld in de diepste armoede en vervolgens verloren heeft zijne bezonderste kallanten, tot zo wel hij en zijn huisvrouw, als de kinderen, in een en dezelfste plaats te samen waren slapende zonder onderscheid van sexe of jaren gelijk de honden op slechte beddinge of wat stro.

De kans is dus groot dat Maria Jouet door haar schoonouders aanvankelijk met een scheef oog werd bekeken toen Jacobus Capitaine haar aan de familie voorstelde.  Een huwelijk voorkwam dat haar kind buitenechtelijk werd geboren, maar in juni 1800 was huwen met een 21-jarige gezonde man niet zonder risico. De Tweede Coalitieoorlog (1799 – 1802) tegen Frankrijk was in volle gang en deze werd gevolgd door vijf andere oorlogen waarbij Napoleon het opnam tegen diverse coalities van Europese staten.  Jacobus was in het jaar VIII (23/09/1799 – 22/09/1800) in de conscriptieregisters opgenomen maar had zich blijkbaar vrij kunnen loten. Hij was toen beschreven als: “1 m 65,2 cm groot, bruin haar, bruine wenkbrauwen en bruine ogen, kleine neus, gemiddelde mond en een ovaal gezicht. Ook de volgende jaren wist hij uit handen van de ronselaars te blijven wat tussen 1800 en 1816 resulteerde in de geboorte van negen kinderen.  Enkel toen Maria Jouet enkele maanden na haar huwelijk op 6 augustus 1800 in Oostende “Rue de lait battu” (= Karnemelkstraat) beviel van een dochter, was Jacobus “absent”.  De geboorte werd een dag later aangegeven door vroedvrouw Livine Renier.

Voor februari 1803 verhuisde het echtpaar Capitaine – Jouet naar Vlissingen (nu Nederland) waar twee kinderen werden geboren.  Vlissingen was ook de gemeente waar (schoon)vader Jouet sinds enkele jaren woonde. Vanaf 1806 woonden het echtpaar Capitaine – Jouet terug in Oostende, eerst in de Kattestraat, later (vanaf 1814) in de Sint-Niklaasstraat nr. 5. 5

Op 16 april 1810 was Jacobus Capitaine getuige toen schoonvader Ambroise Jouet bij de burgerlijke stand van Oostende de geboorte van een zoon aangaf.  Deze halfbroer van de ondertussen ca 33-jarige Maria Jouet was geboren uit een relatie met Reine Cornu. Tot een regulariserend huwelijk kwam het niet.

In de winter 1810 werd Jacobus ziek of had een ongeval.  De geboorte aangifte van zijn zesde kind diende hij op 2 november aan anderen over te laten wegens zelf “malade à l’hopital de cette ville”.  Toen het kind zes dagen later overleed “Rue du chat” was hij wel in staat het overlijden aan te geven.  In 1830 woonde het echtpaar Capitaine – Jouet in de Oostendse Karnemelkstraat waar Maria Jouet op 16 mei 1830 overleed.

Drie jaar na haar overlijden ging de ondertussen 54-jarige Jacobus op 20 november 1833 te Oostende een tweede huwelijk aan met de 45-jarige Maria Josepha Constanti Paul (°Oostende 20/03/1788, +Oostende 28/10/1843), weduwe met kinderen van Jacobus Joannes Verbrugghe (+Gent 29/10/1830), een timmerman.  Ze was de dochter van Daniel Joseph Ghislain Paul en Maria Theresia Francois. Jacobus was toen nog steeds schoenmaker.

Voor maart 1838 werd Jacobus Capitaine herbergier.  Vanaf januari 1839 was hij conciërge / huismeester van het “Théatre Royal” te Oostende.  Dit was een door Jacques Deridder privaat opgericht komediehuis waar de eerste voorstelling in maart 1818 was opgevoerd.  In 1845 werd de stad eigenaar, nadat ze eerder het gebouw huurde. Enkele decennia later werd een nieuwe stedelijke schouwburg gebouwd, waarna het oude “Théatre Royal” snel aftakelde.  Het sloot de deuren in 1905 en werd afgebroken in 1906.

Foto 1Het “Théatre Royal” op het “Komedieplein” of Schouwburgplein in Oostende.  Afgebroken in 1906

 

Behalve conciërge was Jacobus ook huurder en uitbater van het foyer op de eerste verdieping waar men tijdens de pauzes iets kon gebruiken.  Op het gelijkvloers was er een café dat overdag open was en ook door Jacobus werd uitgebaat. Gezien de centrale ligging werden er in de “conciergerie” of “cabaret” van de schouwburg. regelmatig openbare verkopingen gehouden.

Het Oostendse theaterseizoen was opgedeeld in een zomerprogramma, dat niet erg succesvol was, en een winterprogramma dat liep van oktober tot maart.  Gewoonlijk was er één voorstelling per week op woensdag. Dankzij oude kranten hebben we een idee van de stukken die Jacobus vanuit de coulissen gezien heeft.  In 1841 was er een compagnie uit Mons te gast die 42 voorstellingen speelde.

Onder andere “Het glas water” van Scribe en “De dorpsdokter”.  Andere gezelschappen speelden in het winterseizoen 1841-1842 “Wilhelm Tell”, “De zwarte domino”, “Lucia de Lammermoor” en “Fra Diavollo”.  Op 1 oktober 1842 werd er gelet op de grote Engelse kolonie in Oostende zelfs een Engelstalig stuk opgevoerd.

De voorstelling van 14 september 1843 was uitzonderlijk.  Ter gelegenheid van een bezoek van de Engelse koningin Victoria en haar man prins Albert was er in aanwezigheid van de Belgische koninklijke familie een galavoorstelling door een Brussels gezelschap.  Om alles meer luister bij te zetten werden speciaal tien extra kroonluchters in Brugge gehuurd. Heeft Jacobus die helpen ophangen?

Kort na het overlijden van Maria Paul op 28/10/1843 hield Jacobus de uitbating voor bekeken.

Zeker tot april 1858 was Jacobus handelsbekwaam, want hij trad toen in Oostende op als huwelijksgetuige voor een kleindochter.

Jacobus Franciscus Capitaine werd op 3 april 1856, 77 jaar oud, opgenomen in het godshuis van Oostende.  Hij overleed in het burgerlijk hospitaal van Oostende op 10 januari 1860.

Van het echtpaar Capitaine – Jouet zijn volgende kinderen bekend:

1)Capitaine Virginia Julie Maria, geboren: Oostende 18 thermidor jaar. VIII (= 6/08/1800).  Dooppeter was Ludovicus Van Duyfhuys. Doopmeter was Monica Van de Velde.  Overleden: Oostende 19 maart 1838. Huwde in Oostende op 23/10/1822 met Joannes Baptista Daems (°Oostduinkerke 23/06/1796,+Oostende 13/09/1849).  Hij was toen schoenmaker, wat hij zeker tot maart 1832 bleef. Voor maart 1838 werden hij en zijn echtgenote winkeliers op de Groentemarkt in Oostende.

Van het echtpaar Daems – Capitaine zijn volgende kinderen bekend:

1.1) Daems Joannes Jacobus (°Oostende 16/07/1823, na 17/03/1884).  Nam in 1842 deel aan de verplichte militieloting.  Hij was toen “zonder beroep” en werd goedgekeurd voor militaire dienst. 6

1.2) Daems Virginia Paulina (°Oostende 20/05/1825, +Oostende 18/06/1894).  Huwde in Oostende op 20/12/1848 met Carolus Ludovicus Beauprez (°Zarren 11/09/1822, +Oostende 18/03/1867).  Hij was toen kleermaker. Voor 1857 werd hij dienstbode. In 1866 verdiende hij de kost als “kommissionnaris”.  Het echtpaar woonde toen in de Babylonestraat 8 te Oostende.  Bij overlijden was hij terug kleermaker.

Van het echtpaar Beauprez – Daems zijn volgende kinderen bekend:

1.2.1) Beauprez Frederic Charles (°Oostende 22/01/1857, +Oostende 20/01/1877).  Nog voor hij als 20-jarige diende deel te nemen aan de verplichte militieloting was hij vrijwillig in dienst getreden van het leger.  Hij overleed als 19-jarige “élève musicien” van het Vierde Linieregiment in garnizoen te Oostende.  Zijn overlijden werd aangegeven door de “infirmier-major” van het militair hospitaal.

1.2.2) Beauprez Joseph Gustaaf (°Oostende 6/03/1861, +Oostende 30/10/1884).  In 1881 nam hij deel aan de verplichte militieloting. Hij was toen schoenmaker.  Volgens het medisch onderzoek was hij 1,68 m groot. Hij werd onmiddellijk en definitief vrijgesteld van militaire dienst wegens enige zoon van een weduwe, én omdat een oudere broer tijdens zijn legerdienst was overleden. 7  Op 8/05/1882 engageerde hij zich vrijwillig voor een periode van acht jaar als beroepsmilitair. Anderhalf jaar later overleed hij als soldaat bij het Eerste Linieregiment, vierde bataljon in garnizoen te Oostende. Zijn overlijden werd aangegeven door de “infirmier-major” van het militair hospitaal.

1.2.3) Beauprez Willem (°Oostende 24/02/1866, +Oostende 06/08/1866).

1.3) Daems Carolus Lodewijk (°Oostende 4/06/1829, +Oostende 10/12/1829).

1.4) Daems Eugenie Amelie (°Oostende 30/12/1830, +Oostende 25/04/1910).  Huwde in Oostende op 13/04/1858 met haar neef Victor Théodor Capitaine (°Oostende 12/10/1832, +Oostende 2/07/1916), zoon van Josephus Antonius Capitaine en Victoria Adelaida Josepha Baudoin.  Hij was toen schoenmaker. Voor hun kinderen en kleinkinderen: zie Victor Théodor Capitaine.

1.5) Daems Benedicta Josephina Virginia (°Oostende 20/03/1832, +Oostende 7/04/1872).  Huwde in Oostende op 7/09/1858 met Carolus Theodorus Verschelde (°Oostende 2/04/1832, +Oostende 17/03/1873).  Hij was toen touwslager/winkelier. Ook in 1866 en 1872 was hij winkelier in Oostende.

Van het echtpaar Verschelde – Daems zijn volgende kinderen bekend:

1.5.1) Verschelde Carolus Ludovicus Josephus (°Oostende 30/10/1859, +na 1/01/1881).  In 1879 nam hij deel aan de verplichte militieloting. Hij was toen winkelier, mogelijk de winkel van zijn ondertussen overleden ouders.  Volgens het medisch onderzoek was hij 1,75 m groot. Hij werd goedgekeurd, en ingelijfd bij het 7de regiment artillerie. 8  Wat er tijdens zijn legerdienst met zijn winkel gebeurde? Op 1/01/1881 werd hij wegens desertie geschrapt uit het militieregister.

1.5.2) Verschelde Helena Josephina (°Oostende 4/12/1861, +Brugge 19/10/1893).  Ze overleed in Brugge op 31-jarige leeftijd en was toen kloosterlinge.

1.5.3) Verschelde Emilius Ludovicus Victor (°Oostende 4/09/1864, +Oostende 4/05/1884).  In 1884 nam hij deel aan de verplichte militieloting. Hij was toen student. Blijkbaar was hij te ziek om zich te verplaatsen want hij werd op 4/03/1884 thuis medisch gekeurd.  Er werd hem een jaar uitstel van legerdienst verleend wegens “phthisie” (= tering, dus tuberculose) in de derde graad. 9  Vier weken later overleed hij.

1.5.4) Verschelde Alphonsus Franciscus (°Oostende 24/03/1866, +1/02/1930).  In 1886 nam hij deel aan de verplichte militieloting. Hij was toen muzikant.  Volgens het medisch onderzoek was hij 1,76 m groot. Hij werd goedgekeurd. 10  Hij huwde in Oostende op 17/09/1887 met Emma Maria Clementina Dieryckx (°Oostende 9/08/1869, +Oostende 31/08/1952). Hij was toen muziekleraar.  Van het echtpaar werden in Oostende verschillende kinderen geboren.

1.5.5) Verschelde Anna Maria Eugenia (°Oostende 28/07/1868, +Oostende 8/03/1869)

1.5.6) Verschelde Josephus Ludovicus Victor (°Oostende 29/03/1871, +Oostende 6/07/1871).

Vier maanden na het overlijden van Virginia Capitaine huwde Joannes Baptiste Daems in Oostende op 25/7/1838 met Maria Ludovica Simons (°Lombardsijde 16/03/1812, +Oostende 2/03/1886).  Uit dit tweede huwelijk zijn vier kinderen bekend.

2) Capitaine Maria Joanna.  Geboren: Vlissingen, Nederland 9 februari 1803.  Dooppeter: Joannes Van Hove, doopmeter: Maria Heniks.  Overleden: Oostende 30 augustus 1855. Op 26/09/1825 werd ze samen met haar jongere broer Joseph Capitaine in Brugge gedomicilieerd.  Ze verdiende toen de kost als winkelierster. In 1827 verhuisde ze samen met haar inwonende dienstmeid binnen Brugge. Op 20/04/1827 verhuisde ze naar Oostende.  Huwde in Oostende op 8/03/1832 met Jacobus Franciscus Florens (°Oostende 5/12/1810, +na 30/08/1855). Hij was toen schilder, later werd hij “coiffeerder”.

3) Capitaine Josephus Anthonius.  Geboren: Vlissingen  Nederland 8 oktober 1804, dooppeter: Joseph Anthonius Eugenius Sorel, doopmeter: Marie Catharina Victoire Sour.  Overlijden: Oostende 9 januari 1881. Nam in 1824 deel aan de verplichte militieloting. Hij was toen schoenmaker.  Hij kreeg een jaar uitstel van legerdienst wegens een oogziekte. 11  Blijkbaar werd hij een jaar later terug vrijgesteld want op 26/09/1825 verhuisde hij van Oostende naar Brugge waar hij een woning deelde met zijn oudere zus Maria.  Op 29/05/1826 verhuisde hij naar Parijs. Hij huwde voor 1830 te ? met Victoria Adelaida Josepha Baud(o)uin (°Ennetieres, Frankrijk 7/04/1806, +8/10/1884). In september 1830 woonde het echtpaar in Lille, Noord-Frankrijk, waar Jozef actief was als “bottier” (= laarzenmaker).  Voor oktober 1832 verhuisde het gezin naar Oostende waar Jozef  tot aan zijn overlijden de kost verdiende als schoenmaker.

Van het echtpaar Capitaine – Baud(o)uin zijn volgende kinderen gekend:

3.1) Capitaine Carolina Clara (°Lille, Frankrijk 16/09/1830, +Oostende 1/12/1832).

3.2) Capitaine Victor Théodor (°Oostende 12/10/1832, +Oostende 2/07/1916).  Nam op 24/02/1852 deel aan de verplichte militieloting.  Hij was toen schoenmaker. Volgens het medisch onderzoek was hij 1,68 m groot en hij werd beschreven als: “visage: ovale, front: haut, yeux: bruns, nez: ordinaire, bouche: moyenne, menton: rond, sourcils: bruns”. 12  Zonder commentaar werd hij goedgekeurd voor militaire dienst.  Hij huwde in Oostende op 13/04/1858 met zijn nicht Eugenie Amelie Daems (°Oostende 30/12/1830, +Oostende 25/04/1910).  Hij was toen schoenmaker en bleef dit minstens tot 1887. Voor februari 1898 werd hij in Oostende “bureelbediende”.  In 1900 was hij “employé”.

Van het echtpaar Capitaine – Daems zijn volgende kinderen bekend:

3.2.1) doodgeboren jongentje (Oostende 31/01/1863).

3.2.2) Capitaine Victor Josephus (°Oostende 29/09/1866, +na 3/1886).  Nam in maart 1886 deel aan de verplichte militieloting. 13  Hij was toen schoenmaker. Volgens het medisch onderzoek was hij 1,79 m groot. Hij kreeg onmiddellijk een definitieve vrijstelling wegens “opthalmie chronique”, een oogaandoening, gecombineerd met “scrofules” (= kliergezwellen).

3.2.3) Capitaine Anna Eugenia Coleta (°Oostende 9/11/1868, +na 19/06/1918).  Huwde in Oostende op 7/09/1907 met Ludovicus Josephus Casteleyn (°Avekapelle 10/04/1871, +Oostende 2/07/1910).  Zij was toen kleermaakster, hij schilder. Huwde in Oostende op 19/06/1918 met Gustavus Bauwens (°Oostende16/01/1857), weduwnaar van Maria Ludovica De Vos.  Hij was toen “charpentier marine”.

3.2.4 Capitaine Josephus Franciscus Alphonsus (°Oostende 18/06/1870, +Oostende 5/08/1870).

3.2.5) Capitaine Alphonsus Josephus (°Oostende 19/09/1871, +na 7/9/1907).  Nam in maart 1891 deel aan de verplichte militieloting. Hij was toen schoenmaker.  Volgens het medisch onderzoek was hij 1,57 m groot. Hij werd goedgekeurd, trok een fout nummer, en werd ingedeeld bij het 3de linieregiment. 14

3.2.6) Capitaine Maria Josephina (°Oostende 21/08/1874, +na 21/02/1925).  Huwde in Oostende op 21/09/1918 met Richardus Augustus Pierloot (°Eernegem 21/02/1859, +Oostende 12/08/1919), een bakker.  Hij was weduwnaar van Maria Octavia De Fer. Uit zijn eerste huwelijk waren negen kinderen geboren. Maria huwde een tweede keer in Oostende op 21/02/1925 met Emilius Josephus Maenhout (°Slype).

3.2.7) Capitaine Alicia Coleta (°Oostende 20/06/1876, na 12/02/1929).  Huwde in Oostende op 27/09/1919 met Augustus Hullebrouck (°Avekapelle 8/06/1856, +voor 1929).  Huwde een tweede keer in Oostende op 12/02/1929 met Jacobus Stroobandt.

3.3) Capitaine Carolina Anna Adelaida (°Oostende 1/08/1834, +Oostende 9/10/1834).

3.4) Capitaine Virginia Adelaida (°Oostende 8/09/1835, +Oostende 23/02/1837).

3.5) Capitaine Alphonsus Josephus (°Oostende 30/10/1837, +na 25/06/1914).  Nam in 1857 deel aan de verplichte militieloting.   Hij was toen “bottier” (= laarzenmaker).  Volgens het medisch onderzoek was hij 1,67 m groot.  Hij werd beschreven als: “visage: ovale, front: bas, yeux: bruns, nez: grand, bouche: grande, menton: rond, sourcils: brun”.  Men noteerde een “faiblesse de la vue” waardoor hij uitstel van legerdienst kreeg. 15  Huwde in Houtave op 21/06/1864 met Camilla Christina Roels (°Houtave 30/04/1838, +na 25/06/1914). Hij was toen schoenmaker en gedomicilieerd in Oudenburg, West-Vlaanderen.   Het echtpaar vestigde zich in Oostende, Consciencestraat, waar ze in 1914 hun gouden huwelijksjubileum vierden. Een gebeurtenis die in de krant Het Volk de nodige aandacht kreeg want Alphonse was jarenlang een algemeen gekende “gazetverkooper” geweest.

3.6) Capitaine Eugenius Antonius Josephus (°Oostende 28/11/1839, +Oostende 7/2/1898).  Nam in 1859 deel aan de verplichte militieloting.  Hij was toen “bottier” (= laarzenmaker).  Volgens het medisch onderzoek was hij 1,63 m groot.  Hij werd beschreven als: “visage: ovale, front: bas, yeux: bruns, nez: gros, bouche: moyenne, menton: rond, sourcils: bruns”.  Men stelde ook “surdité” (= doofheid) vast en een “difformité du pied droit”. Toch werd hij goedgekeurd voor militaire dienst.  Gelukkig wist hij zich vrij te loten. 16  Hij bleef ongehuwd en verdiende tot zijn overlijden de kost als schoenmaker.

3.7) Capitaine Gustavus Carolus (°Oostende 29/11/1841, +Oostende 10/02/1843).

3.8) Capitaine Leonia Adelaida Maria (°Oostende 14/12/1843, +Oostende 21/10/1844).

3.9) Capitaine Julianus Carolus EduardusOostende 23/7/1845, +Oostende 31/3/1900).  Nam in 1865 deel aan de verplichte militieloting.  Hij was toen schoenmaker. Volgens het medisch onderzoek was hij 1,60 m groot.  Hij werd beschreven als: “visage: ovale, front: haut, yeux: bruns, nez: long, bouche: grande, menton: rond, sourcils: bruns”.  Men noteerde een “faiblesse de constitution” waardoor hem een jaar uitstel werd verleend. 17   Een jaar later werd hij nog steeds te zwak bevonden en kreeg opnieuw uitstel. 18  Dit herhaalde zich in 1867 19 en 1868 20 waarna men het opgaf want de volgende jaren werd hij niet meer opgeroepen.  Hij huwde in Oostende op 10/04/1875 met Maria Virginia (of Victorina) Godfrin (°Brussel 02/01/1854, +Oostende 31/07/1910). Hij was toen meester-schoenmaker, zij “zonder beroep”.  Later werd hij teruggevonden als schoenmaker-winkelier.

Van het echtpaar Capitaine – Godfrin zijn niet minder dan 15 kinderen bekend:

3.9.1) Capitaine Julianus Josephus Benjamin (°Oostende 25/02/1876, +Oostende 23/12/1879).

3.9.2) Capitaine Leontius Franciscus Alphonsus (°Oostende 25/04/1877, +Oostende 21/11/1879).

3.9.3) Capitaine Bertha Mathilda Emma (°Oostende 21/01/1879, +na 20/06/1903).  Huwde in Oostende op 20/6/1903 met Arthur Alphonsus Pattyn (°Oostende 9/8/1881, na 20/06/1903).  Hij was toen goudsmid.

3.9.4) Capitaine Helena Maria Adelaida (°Oostende 9/05/1881).

3.9.5) Capitaine Joanna Eugenia (°Oostende 4/12/1882).

3.9.6) Capitaine Victor Paulus Josephus (°Oostende 18/04/1885, +Oostende 16/01/1886).

3.9.7) doodgeboren jongentje (Oostende 22/08/1887).

3.9.8) Capitaine Georgius Josephus Maria (°Oostende 2/05/1890, +na 6/1919).  In 1910 werd hij dienstplichtig. Hij was toen “mécanicien chauffeur”.  Volgens het medisch onderzoek was hij 1,63 m groot.  Hij werd goedgekeurd voor legerdienst en ingedeeld bij het 3de linieregiment. 21  Huwde in Oostende op 6/07/1912 met Maria Josephina Melitina Deyserinck (°Oostende 1/03/1891, +na 7/03/1920). Hij was toen “automobielengeleider”, zij “zonder beroep”.  Van het echtpaar Capitaine – Deyserinck zijn volgende kinderen bekend:

3.9.8.1) Capitaine Fernand (°18/11/1918, +4/06/1998).  Huwde met Irena Vanhee (°3/01/1909, +na 25/04/2009). Van het echtpaar Capitaine – Vanhee zijn volgende kinderen bekend:

3.9.8.1.1) Capitaine Franklin.  Huwde met Karine Jacqueloot. Van het echtpaar Capitaine – Jacqueloot zijn twee kinderen bekend:

3.9.8.1.1.1) Capitaine Natasha.

3.9.8.1.1.2) Capitaine Tamara.

3.9.8.1.2) Capitaine Georges.

3.9.8.1.2.1) Capitaine Tom.  Huwde mei 2008 met Nathalie Heusequin.  Van het echtpaar zijn twee twee kinderen bekend:

3.9.8.1.3) Capitaine Kathy.  Huwde met Jacques Vanbiesbrouck.

3.9.8.1.4) Capitaine Thierry.  Huwde met Liliane De Buf. Van het echtpaar Capitaine – De Buf zijn twee kinderen bekend:

3.9.8.1.4.1) Capitaine Eveline.

3.9.8.1.4.2) Capitaine Vanessa.

3.9.8.2) Capitaine Celina Melitina Fernanda Ludovica (°Oostende 20/01/1913, +na 20/09/1941).  Huwde in Oostende op 20/09/1941 met Adolphus De Witte.

3.9.8.3) Capitaine Gilbertus Carolus Julianus (°Oostende 25/03/1920, +20/12/1986).  Huwde in Mesen op 27/05/1944 met Dionysia Poppe. Van het echtpaar Capitaine – Poppe is minstens één kind bekend:

3.9.8.3.1) Capitaine Nicola Gilberta Julianus Capitaine.  Ze huwde met Rogerius Guilemus Persyn.

3.9.9) doodgeboren meisje (Oostende 14/06/1893).

3.9.10) Capitaine Fernanda Maria Josepha Bertha Alphonsina (°Oostende 1/05/1899, +na 18/4/1921).  Op 19-jarige leeftijd beviel ze in december 1918 van een buitenechtelijk kind:

3.9.10.1) Capitaine Fernanda Maria (°Oostende 2/12/1918, +Oostende 16/02/1919).  Fernanda huwde in Oostende op 18/04/1921 met Fernandus Boël.

3.10) Capitaine Victoria Sidonia (°Oostende 5/01/1848, +Oostende 2/05/1849).

4) Capitaine Antonius Franciscus.  geboren: Oostende 23 februari 1807.  Dooppeter was Franciscus (Arnoldus?) Capitaine.  Doopmeter was Maria Van Severs. Overleden: Oostende 5 februari 1873.  Nam in 1826 deel aan de verplichte militieloting. Hij was toen schoenmaker.  Volgens het medisch onderzoek was hij 1,67 meter groot. Hij werd beschreven als: “aangezicht: ovaal, voorhoofd: bedekt, ogen: zwart, neus: groot, mond: groot, kin: rond, haar: zwart”. 22  Tevergeefs vroeg hij om vrijstelling wegens “oogzeer”.  Hij liet zich voor zijn legerdienst tegen betaling vervangen door Bernardus Josephus Deschaek, iemand uit Brugge.  Huwde in Oostende op 28/12/1831 met Amelia Coleta Loncke (°Diksmuide 30/11/1807, +Oostende 24/05/1882). Dochter van Carolus Loncke en Francisca Vanhove.  Hij was toen schoenmaker (idem in 1851), zij dienstmeid. Naar aanleiding van het huwelijk werd een twee maanden eerder geboren kind gewettigd. In 1835 woonde het gezin in de Kapellestraat te Oostende waar Amelia Loncke in 1882 overleed.

Van het echtpaar Capitaine – Loncke zijn volgende kinderen bekend:

4.1) Capitaine (ex-Loncke) Leopoldus Franciscus Josephus (°Oostende 9/10/1831, +Veurne 1875).  Hij nam in 1851 deel aan de verplichte militieloting.  Als beroep staat “particulier” vermeld.  Volgens het medisch onderzoek was hij 1,68 m groot.  Hij werd beschreven als: “visage: ovale, front: bas, yeux: brun, nez: grande, bouche: petite, menton: rond, sourcils: brun fonce”.  Hij had zwakke ogen want men vermelde zijn “myopie” (= bijziendheid). 23  Toch werd hij goedgekeurd voor legerdienst, waarna hij een fout nummer trok. Hij liet zich voor zijn legerdienst tegen betaling vervangen door Louis Henri Despret uit Moeskroen die bij de karabiniers werd ingedeeld.  Leopold huwde te Oostende op 1/07/1856 met Christina Carolina Hoiman/Hoëman (°Oostende 4/9/1827, +Oostende 7/12/1868), iemand met wie hij al een tijdje samen woonde. Hij was toen schoenmaker. Naar aanleiding van het huwelijk werd een voorechtelijk kind gewettigd.  Voor december 1868 liep het mis in het huishouden waarna Leopold zijn gezin gedurende jaren in de steek liet, zonder dat men wist waar hij uithing. Leopolds echtgenote werd op 7/12/1868 om 10u ’s morgens dood aangetroffen in de achterhaven van Oostende, nabij de militaire sluis.  Volgens een bericht in “L’Echo d’Ostende. Journal maritime, commercial et littéraire” van 10/12/1868 was ze het slachtoffer geworden van een zware nachtelijke storm: Nous avons eu à Ostende, dans la nuit du dimanche au lundi, un ouragan extrêmement violent, qui a été dans toute sa force vers trois heures du matin et n’a diminué de violence que vers l’aube.  Le vent soufflait effroyablemenl des régions ouest à nord-ouest, et les raffales se succédaient avec fureur. Les dégàts matériels sont relativement minimes, et se bornent à quelques cheminées renversées et des tuiles enlevées par le vent.  On n’a pas eu à signaler de sinistres maritimes sur notre côte. Deux accidents attribués à la violence du veut ont eu malheureusement lieu, dans la nuit de dimanche au lundi: Le nommé Benjamin Buyssenne, manoeuvrier, est tombé dans le deuxième bassin de commerce et s’est noyé, et la nommée Christine Homan, épouse Paul Capitaine a trouvé la mort dans l’arrière port près de l’écluse militaire.”.  Bij de aangifte van haar overlijden noteerde men dat ze in Bredene woonde, “werkvrouw” was en haar echtgenoot “afwezig zonder bekende woonst”.  Toen Leopolds dochter in februari 1873 huwde was hij nog steeds spoorloos en dit sinds vijf jaar.  Iets wat door de vrederechter van het kanton Oostende officieel was vastgesteld bij vonnis van 9/01/1873.  Leopold dook uiteindelijk weer op en overleed in 1875 in het hospitaal van Veurne waar hij ten laste van de stad Oostende was opgenomen.

Van het echtpaar Capitaine – Hoiman/Hoëman zijn volgende kinderen bekend:

4.1.1) Capitaine (ex-Hoëman) Mathildis Clothildis (°Oostende 24/12/1854, +Oostende 9/11/1928).  Haar geboorte werd bij de burgerlijke stand aangegeven door Leopoldus Franciscus Josephus Capitaine die uitdrukkelijk verklaarde de vader te zijn.  Naar aanleiding van het huwelijk van haar ouders anderhalf jaar later werd ze gewettigd. Huwde in Oostende op 5/02/1873 met Eduardus Curvers (°Bredene 2/11/1845, +Oostende 24/07/1902).  Zij was toen dienstmeid (en ruim 7 maanden zwanger), hij metserknecht. Kort na hun huwelijk verhuisden ze naar Mariakerke, daarna naar Bredene waar Eduard de kost verdiende als metser. Tussen januari 1892 en 1899 verhuisden ze terug naar Oostende.  Eduard bleef tot het einde van zijn leven metser(knecht), Mathildis werd na 1899 en voor mei 1906 herbergierster. In 1910 was ze werkvrouw.

Van het echtpaar Curvers – Capitaine zijn volgende kinderen bekend:

4.1.1.1) Curvers Eduardus Cornelis (°Mariakerke West-Vlaanderen 3/1873, +Mariakerke 21/06/1873).

4.1.1.2) Curvers Rosalie Maria (°Bredene 9/12/1874, +Bredene 18/06/1878).

4.1.1.3) Curvers Maria Ludovica (°Bredene 15/01/1876, +na 4/02/1912).  Huwde in Oostende op 27/06/1896 met Henricus Lodevicus Wybo (°Oostende 10/04/1875, +na 4/02/1912).  Zij was toen strijkster, hij metser. Van het echtpaar werden tussen 1896 en 1912 in Oostende negen kinderen geboren.

4.1.1.4) Curvers Clementina Prudentia (°Bredene 19/01/1878).  Huwde in Oostende op 15/04/1899 met Napoleon Wybouw (°Ichtegem 8/01/1874, +Oostende 2/06/1904).  Zij was toen strijkster, hij werkman en gedomicilieerd te Mariakerke. Naar aanleiding van het huwelijk werd een voorechtelijk kind gewettigd.  Van het echtpaar Wybouw – Curvers werden tussen 1898 en 1903 in Oostende vijf kinderen geboren. Clementina huwde een tweede maal in Oostende op 20/04/1907 met Emile Joseph Dewyze (°Esen 8/09/1878, +na 20/04/1907).  Zij was toen strijkster, hij werkman.

4.1.1.5) Curvers Joannes Eduardus (°Bredene 28/02/1879, +Bredene 24/09/1879).

4.1.1.6) Curvers Theresia Virginia (°Bredene 1/05/1880, +Bredene 15/06/1880).

4.1.1.7)  Curvers Emilius Isidorus (°Bredene  21/10/1881, +na 22/02/1905). In 1901 nam hij deel aan de verplichte militieloting.  Hij was toen “ouvrier-maçon”.  Bij het medisch onderzoek werd hij 1,59 m groot bevonden en goed gekeurd voor legerdienst. 24  Hij huwde in Oostende op 22/02/1905 met Flavia Maria Deschagt (°Mariakerke 16/08/1883, +na 22/02/1905). Hij was toen werkman, zij dienstmeid.

4.1.1.8)  Curvers Medardus Leopoldus (°Bredene 8/11/1884, +na 1/03/1913).  In 1904 nam hij deel aan de verplichte militieloting. Hij was toen metser.  Het medisch onderzoek was niet duidelijk en op 15 juni werd hij ter observatie op genomen in het militair hospitaal van Brugge.  Twee dagen later werd hij goed gekeurd voor legerdienst en ingedeeld bij het 1ste regiment jagers te paard. 25  Hij huwde in Oostende op 1/03/1913 met Maria Sanders (°Eernegem 25/04/1890, +na 1/03/1913). Hij was toen metsersgast, zij werkmeid.

4.1.1.9)  Curvers Rosalia Sophia Maria (°Bredene 12/12/1885, +na 26/05/1906).  Op 17-jarige leeftijd beviel ze van een buitenechtelijk kind dat na twee weken overleed:

4.1.1.9.1) Curvers Alicia Mathildis (°Oostende 30/03/1903, +Oostende 14/04/1903).

Huwde in Oostende op 26/05/1906 met Eduardus Carolus De Stickere (°Oostende 10/10/1883).  Hij was toen werkman en werd later cafébaas.

4.1.1.10) Curvers Helena Rosalie (°Bredene 7/01/1887, +Bredene 20/04/1887).

4.1.1.11) Curvers Cornelius Eduard (°Bredene 4/02/1888, +Bredene 13/05/1888).

4.1.1.12) Curvers Marie Theresia (°Bredene 10/01/1890, +na 10/08/1910).  Huwde in Oostende op 10/08/1910 met Henricus Petrus Verlaecke (°Oostende 9/08/1887).  Zij was toen meid, hij koperslagersgast.

4.1.1.13) Curvers Leontine Josephina (°Bredene 8/01/1892, +na 9/11/1912).  Huwde in Oostende op 9/11/1912 met Franciscus Dewult (°Oostende 27/02/1893).  Zij was toen werkmeid, hij timmermansgast.

4.1.1.14) Curvers Elvira Helena (°Oostende 5/06/1893, +Oostende 1/02/1984).  Huwde in Oostende op 7/03/1914 met Franciscus Renatus Samuel Sweetlove (°Oostende 20/07/1892, +Oostende 26/02/1957).  Zij was toen naaister, hij drukkersgast. Van het echtpaar Sweetlove – Curvers zijn vijf kinderen bekend.

4.1.1.15) Curvers Helena Maria (°Bredene 23/11/1895, +na 7/03/1914).  Huwde in Oostende op 7/03/1914 met Prosper Catrysse (°Terrasmenil Frankrijk 5/01/1895, +na 7/03/1914).  Zij was toen werkmeid, hij letterzetter.

4.1.2) Capitaine Gustavus Leopoldus (°Oostende 22/12/1856).  In 1876 nam hij deel aan de verplichte militieloting. Hij was toen schoenmaker.  Volgens het medisch onderzoek was hij 1,60 m groot. Hij werd onmiddellijk en definitief vrijgesteld van militaire dienst wegens doofstom. 26

4.2) Capitaine (Paulina) Virginia (°Oostende 17/04/1834, +Oostende 27/06/1835).

4.3) Capitaine Sidonia Paulina (°Oostende 7/07/1836, +na 8/01/1867).  Huwde in Oostende op 8/01/1867 met Julien Thibaut (°Brussel 6/09/1834, +na 27/10/1888).  Hij was toen schilder, in Schaarbeek gedomicilieerd en weduwnaar van Maria Theresia Loncke (+Schaarbeek 8/08/1866).  In juni 1874 woonde het gezin nog in Oostende. Op 27/10/1888 was Julien te Brugge getuige bij het huwelijk van zijn aangetrouwde neef Theodorus Josephus Petrus Brauwers.  Het echtpaar Thibaut-Capitaine was toen in Sint-Joost-ten-Node gedomicilieerd en Julien was nog steeds schilder.

4.4) Capitaine Amelia Adelaida (°Oostende 12/06/1839, +na 27/06/1874).  Huwde, ca. zeven maanden zwanger, in Oostende op 27/06/1874 met David Aloysius Verdorne / Verdoene (°Brugge 4/01/1831, +na 27/06/1874).  Hij was toen sergeant-majoor ziekenoppasser bij de 2de compagnie van het bataljon administratie in garnizoen te Oostende en van rechtswege gedomicilieerd te Brugge.   September 1876 verdiende David de kost als bediende in het militair hospitaal van Antwerpen. Hij was toen echter nog steeds in Oostende gedomicilieerd.  In 1877 was hij nog steeds bediende van het militair hospitaal en ondertussen in Antwerpen gedomicilieerd. In 1881 was David in Sint-Lambrechts-Woluwe getuige bij het huwelijk van zijn schoonbroer Henricus Capitaine.  Hij woonde nog steeds in Antwerpen en verdiende er de kost als portier.

Van het echtpaar Verdoene – Capitaine/Captaine is een kind bekend:

4.4.1) Verdoene Henricus Leo (°Oostende 3/08/1874).

4.5) Capitaine Maria Ludovica (= Marie Louise) (°Oostende 8/09/1840, +na 30/04/1872).  Huwde in Oostende op 30/04/1872 met Charles Alphonse Joseph Dubois (°Luik 30/01/1845, +na 30/04/1872).  Hij was toen loodgieter, woonde in Sint-Joost-ten-Node maar was officieel gedomicilieerd in Seraing.

4.6) Capitaine Gustavus Jules (°Oostende 8/07/1843, +na 24/05/1882).  In 1863 nam hij deel aan de verplichte militieloting.  Hij was toen schoenmaker. Volgens het medisch onderzoek was hij 1,70 m groot.  Hij werd beschreven als: “aengezigt: ovaal, voorhoofd: onbedekt, oogen: bruin, neus: breed, mond: groot, kin: rond, wenkbrauwen: hoogbruin”. 27  Hij werd goedgekeurd, maar vrijgesteld van legerdienst omdat een oudere broer al legerdienst had gedaan.  Najaar 1863 ging hij echter toch in het leger als betaalde “remplacant” voor André Claeys. Blijkbaar was hem dat niet al te slecht bevallen want in 1868 trad hij opnieuw in dienst als betaalde vervanger voor Pierre Jean Vanden Kerckhoven uit Oostende.  De tweede keer beviel het leger hem slecht en na een tweede desertie werd hij op 5/03/1869 veroordeeld tot 8 maanden opsluiting. Een straf die hij uitzat in de gevangenis van Dinant. 28  Bij zijn vrijlating op 10/11/1869 noteerde men dat zijn algemene gezondheidstoestand goed was, maar zijn “intellect peu developpé”.  Bovendien constateerde men een “caractère faible, sans energie” en was zijn “amendement (= verbetering) completement nul”.  Hij had echter geen problemen veroorzaakt en men had hem als “cuisinier” ingeschakeld.  Na zijn vrijlating keerde hij naar het leger terug als soldaat bij het 5de regiment artillerie, maar na nauwelijks zes weken deserteerde hij voor de derde keer.  De gevolgen waren zwaar. Na zijn aanhouding op 28/12/1869 werd hij op 22/01/1870 door de krijgsraad van Antwerpen veroordeeld tot vier jaar dwangarbeid en (gelukkig) ook tot definitief ontslag uit het leger. 29  Op 21/03/1870 werd hij vanuit Antwerpen overgebracht naar de centrale gevangenis van Gent om er zijn straf uit te zitten. Bij aankomst in Gent werd hij beschreven als: “taille: 1m 710 mil., cheveux: bruns, sourcils: idem, front: bas, yeux: bruns, nez: ordinnaire, bouche: grande, menton: rond, visage: ovale, teint: sain, marques particulier: barbe brune”.  Dank zij een gratiemaatregel werd zijn straf in april 1871 met 16 maanden ingekort waardoor hij vrij kwam op 3/08/1872.  Vervolgens keerde hij naar Oostende terug waar hij zijn oude beroep van schoenmaker terug opnam. Mogelijk woonde hij samen met zijn moeder wiens overlijden hij in 1882 aangaf bij de burgerlijke stand.

4.7) Capitaine Valeria Carolina (°Oostende 8/04/1846, +Oostende 6/01/1881).  Bleef ongehuwd. Woonde bij overlijden in de Kapellestraat te Oostende.

4.8) Capitaine Henricus Gerardus Eduardus (°Oostende 20/03/1852, +na 23/04/1907).  Maart 1872 noteerde men in het militieregister van Oostende dat hij in Gent zou deelnemen aan de loting.  De stad waar hij blijkbaar “commis de bureau” was.  Men vermeldde een “frère congedié”, een broer dus die afgezwaaid was na zijn legerdienst te hebben volbracht. 30  Huwde in Sint-Lambrechts-Woluwe op 16/08/1881 met Joanna Dekoninck (°Sint-Lambrechts-Woluwe 8/05/1861, +na 23/04/1907). Hij was toen bediende en gedomicilieerd in Brussel, zij was naaister.  Een huwelijkscontract werd verleden voor notaris Moonens te Sint-Lambrechts-Woluwe op 15/08/1881. Het echtpaar vestigde zich in Sint-Joost-ten-Node waar Henricus in 1882 “employe” en in 1906 kassier was.  In 1907 was Henricus in Sint-Lambrechts-Woluwe huwelijksgetuige voor een aangetrouwd nichtje. Hij woonde toen nog steeds in Sint-Joost-ten-Node en was er ingeschreven als beambte.  Van het echtpaar Capitaine – Dekoninck zijn volgende kinderen bekend:

4.8.1) Capitaine Ulysse (°Sint-Joost-ten-Noode 7/06/1882, +na 20/01/1906).  Huwde in Brussel op 20/01/1906 met Catherine Poisson (°Brussel 31/05/1887, +na 20/01/1906).  Hij was toen “charentier”.

5) Capitaine Rosalia Victoria (°Oostende 9/03/1809, +na 20/01/1831).  Geboren: Oostende 9 maart 1809. Dooppeter was Petrus Leopoldus Gaston.  Doopmeter was Victoria Maria Jouet. Overleden: na 20 januari 1831. Op jonge leeftijd trad ze als meid in dienst van steenhouwer Jean Baptiste Devalez en echtgenote Isabelle Vos.  Samen met dit echtpaar verhuisde ze op 29/07/1823 naar Brugge waar ze bij het echtpaar inwoonde. Op 29/03/1824 verhuisde het trio naar Gent. Op een of andere manier kwam Rosalie in Zuid-Frankrijk terecht waar ze in Montpellier op 17/01/1831 huwde met Auguste Théodore Caizergues (°Montpellier 14/07/1807, +Montpellier 20/01/1831), een drukker.  Zoon van Pierre Etienne Caizergues (kleermaker) en Marguerite Gracie Paulet. Hoe en vooral waar ze elkaar hadden leren kennen is onbekend. De akte van de burgerlijke stand vermeldt dat “couturière” Rosalia toestemming van haar vader had om te huwen wat bleek uit een akte opgemaakt voor notaris Jean Baptiste Ysengrin te Oostende dd. 23/12/1830.  Opmerkelijk is dat het huwelijk niet in het gemeentehuis plaats vond, maar in “l’ Hopital Saint Eloi” en Auguste de akte niet kon ondertekenen gelet op “sa faiblesse”. 31  De volgende dagen ging zijn gezondheid verder achteruit en drie dagen na zijn huwelijk overleed hij.  Naar aanleiding van het huwelijk werd een voorechtelijk kind gewettigd:

5.1) Caizergues (ex Capitaine) Léonard Auguste (°Montpellier 3/07/1830).

6) Capitaine Jeanne Isabelle.  Geboren: Oostende 2 november 1810.  Dooppeter was Germanus Lacroix. Doopmeter was Joanna Isabella De Vos.  Overleden: Oostende 8 november 1810; Haar vader kon de geboorte niet zelf aangeven wegens “malade à l’hopital de cette ville”.  Hij was wel in staat om zes dagen later haar overlijden aan te geven.

7) Capitaine Joannes (= Jean).  Geboren: Oostende 25 september 1811.  Dooppeter was Franciscus Melon. Doopmeter was Joanna Isabella De Vos.  Overleden: Oostende 26 september 1811. Was de tweelingbroer van Petrus.

8) Capitaine Petrus (= Pierre).  Geboren: Oostende 25 september 1811.  Dooppeter was Franciscus Melon. Doopmeter was Joanna Isabella Vos.  Overleden: Oostende 26 september 1811. Was de tweelingbroer van Joannes.

9) Capitaine Appolonia.  Geboren: Oostende 3 december 1816.  Dooppeter was Manuel Dupré. Doopmeter was Virginia Capitaine.  Overleden: Brugge 25 november 1889. Huwde in Oostende op 7/05/1845 met Petrus Brauwers, 32 (°Oostende 29/07/1814, +Oostende 7/03/1883). Zij was toen winkelierster, hij deurwaarder in dienst van de directe belastingen.  Tussen augustus 1846 en juli 1847 verliet hij de dienst en werd winkelier. In 1878 was hij nog steeds winkelier. Op 27/08/1889 werd Appolonia opgenomen in Sint-Juliaan hospitaal te Brugge. Ze overleed op 25/11/1889 in de Brugse Bouveriestraat huis C 83.

Van het echtpaar Brauwers – Capitaine zijn volgende kinderen bekend:

9.1) Brauwers Gustavus Petrus (°Oostende 7/07/1846, +Oostende 20/08/1846).

9.2) Brauwers Coralia Virginia (°Oostende 22/07/1847, +na 14/05/1878).  Huwde in Oostende op 14/05/1878 met Eugenius Maria Coleta Vanderauwermeulen (°Gent 4/01/1849, +na 14/05/1878).  Hij was toen koopman en in Gent gedomicilieerd. Zijn ouders gaven via een notariële akte opgemaakt voor de Gentse notaris Emile Montigny toestemming voor het huwelijk.  Voor dezelfde notaris was een huwelijkscontract verleden op 8/05/1878.

9.3) Brauwers Octavus Albertus Theodorus (°Oostende 9/02/1849, +Brugge 28/01/1908).  Nam in 1870 deel aan de verplichte militieloting.  Hij was toen schoenmaker van beroep. Wegens “surdité” (= doofheid) kreeg hij een jaar uitstel. 33  Een jaar later was hij nog steeds doof en in 1872 besloot men hem definitief vrij te stellen. Hij overleed in Brugge in de Sint-Catharinastraat als ongehuwde schoenmaker.

9.4) Brauwers Hermina Clementina Amelia Juliana (°Oostende 21/04/1850).

9.5) Brauwers Emilius Eduardus Cornelius (°Oostende 30/01/1852, +na maart 1872).  Nam in maart 1872 deel aan de verplichte militieloting. Hij was toen smid. Het medisch onderzoek toonde dat hij “difformé de la main gauche” was, maar hij werd niet afgekeurd. 34

9.6) Brauwers Julianus Petrus Josephus (°Oostende 23/09/1853, +Oostende 10/08/1858).

9.7) Brauwers Theodorus Josephus Petrus (°Oostende 5/1/1860, +Brugge 4/12/1889).  Nam in 1860 deel aan de verplichte militieloting.  Hij had zijn 20ste verjaardag echter niet afgewacht om als vrijwilliger bij het leger te gaan. 35  Theodorus huwde in Brugge op 27/10/1888 met Elisa Virginie Augustine Baugniet (°Montigny-sur-Sambre 15/10/1864). Zij was toen “tailleuse”.  Hoewel hij nauwelijks 28 jaar oud was, was hij toch reeds “officier pensionné”.  Mogelijk het gevolg van een slechte gezondheid want hij overleed een jaar later in de Brugse “Rue des Jacobins”.

Van het echtpaar Capitaine – Paul is één kind bekend:

10) Capitaine Desiderius Carolus.  Geboren: Oostende 16 maart 1834.  Dooppeter was Joannes Daems. Doopmeter was Adelaïda Paul.  Overleden: na 1854; Nam in 1854 deel aan de verplichte militieloting.  Hij was toen “domestique”.  Volgens het medisch onderzoek was hij 1,61 m groot.  Hij werd beschreven als: “visage: ovale, front: bas, yeux: brun, nez: long, bouche: moyenne, menton: rond, sourcils: brun claire”. Hij werd goedgekeurd voor militaire dienst. 36

37

Notes:

  1. RAB, Franse hoofdbesturen in West-Vlaanderen, Leiedepartement, nr. 1.238, bevolkingsregisters jaren IV-V, kantons Moorsele, Nieuwpoort, Oostende
  2. Ambroise Etienne Pierre Jouet “geseyd Moncoeur”(ook te vinden als Ambrosius Stephanus Petrus Jouet) was in 1777 “bourgeois de Caen”.  Op 29/06/1800 was hij “tailleur demeurant a Flessinge” (= Vlissingen).  Toen hij op 10/11/1823 in Laval Frankrijk overleed, was hij nog steeds kleermaker.
  3. Marie Victoire Poupon overleed waarschijnlijk als gevolg van de bevalling drie weken eerder op 30/12/1797 van een jongentje dat na 15 minuten overleed.
  4. RAB, oud notariaat, depot Van Caillie 1941, archief François Donny notaris te Oostende, nr. 171 akte 279 dd. 8 messidor jaar IX (= 27/06/1801).
  5. RAB, stad Oostende, Volkstelling 1814.
  6. PAWV, A/1794-1814/militie 1808-1922/P.B./239.
  7. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./583.
  8. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B /561.
  9. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./616.
  10. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./638.
  11. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./111.
  12. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./318.
  13. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./638.
  14. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./693.
  15. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./363.
  16. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./381.
  17. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./430.
  18. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./438.
  19. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./446.
  20. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./454.
  21. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./1087.
  22. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./122.
  23. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./309.
  24. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./800.
  25. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./850.
  26. PAWV A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./529.
  27. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./414.
  28. RAG, Centrale strafinrichting Gent (1773 – 1935), nr. 525 opsluitingsdossier 5.852.
  29. RAG, Centrale strafinrichting Gent (1773 – 1935), nr. 395 rol crimineel gedetineerden maart 1866 – juli 1870.
  30. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./489.
  31. http://archives.herault.fr/visu2/visu.html?INBAAFFICHER=10
  32. Hij was weduwnaar van Virginia Coleta Haijman (°1823, +Oostende 21/09/1843) met wie hij op 9/11/1842 te Oostende was gehuwd.  Vier dagen voor haar overlijden overleed ook hun zoontje Cornelis Petrus Brauwers (+Oostende 17/09/1843), 22 dagen oud.
  33. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./470.
  34. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./489
  35. PAWV, A/1794-1814/Militie 1808-1922/P.B./572.
  36. PAWV, A/1794-1814/militie 1808-1922/P.B./336.
  37. versie 2018