Zeveneken in de Franse periode – het dagboek van Livinus Thienpont

Literaire ambities waren de Zeveneekse Livinus Thienpont (°Zeveneken 16/09/1758, +Zeveneken 31/12/1838) vreemd, maar schrijven kostte hem geen enkele moeite. Als bierbrouwer viel er elke dag wel iets te noteren naast de correspondentie met leveranciers en klanten. Tijdens de Brabantse omwenteling (1789 – 1790) groeide het besef dat hij getuige was van mogelijk historische gebeurtenissen en hij begon een dagboek bij te houden. Toen kort daarna de Franse revolutie uitbrak, met alle gevolgen van dien voor onze gewesten, schreef hij gewoon verder.

Al snel overstegen zijn nota’s de private huis-, tuin-, en keuken beslommeringen en het dagboek groeide uit tot een nauwgezette kroniek over het reilen en zeilen in Zeveneken. Als brouwer reisde Thienpont bovendien geregeld naar Antwerpen, Amsterdam, Brussel en Gent. Hierdoor kon hij wat in het bescheiden Zeveneken gebeurde, in een bredere context kaderen. Misschien heeft hij het nooit beseft, maar minstens de massale hoeveelheid militaire gegevens die hij neerpende hadden hem de kop kunnen kosten wegens spionage.

De volledige dagboeken overnemen is niet relevant voor deze genealogie 1. Verkoop van kerkelijke goederen, de inkwartiering van militairen bij burgers, , vee- en graantellingen, het afkondigen van nieuwe verordeningen, opeisingen, gebeurtenissen binnen de eigen familie, veeziekten, commentaar op krantenberichten, enz., laten we dan ook buiten beschouwing. Ook wat zich in de buurgemeenten afspeelde laten we onvermeld. We beperken ons tot de zaken die in het centrum van Zeveneken zelf te beleven waren in de periode dat Franciscus Arnoldus Capitaine er woonde.

Het overzicht van de gebeurtenissen is zeker niet volledig. Thienpont was immers regelmatig op reis en zat ook een periode in de gevangenis wegens administratieve vergrijpen en het passief tegenwerken van de Fransen en hun aanhangers.

1795: Franciscus is 12 – 13 jaar

Januari 21: van 12 tot 13u en van 17 tot 18u worden de klokken geluid om de verjaardag van de onthoofding van de (voormalige) koning van Frankrijk (Lodewijk XVI) te vieren.

Januari 25: men moet “victorie” luiden, twee dagen lang, van ’s morgens 6 tot ’s avonds 9u om de val van Amsterdam en geheel Holland te vieren.

Januari 28: 300 soldaten van Gent op weg naar Antwerpen.

Januari 30: 400 huzaren en dragonders van Antwerpen naar Gent.

Februari 12: ruim 700 Franse soldaten, een zestal legerwagens waaronder 2 kanonnen van Antwerpen op weg naar Frankrijk.

Februari 13: 70 karren met 200 zieken op weg naar Gent.

Maart 2: koeienkeuring. Van de 28 aangeboden koeien zijn er 14 door de Fransen meegenomen.

Maart 20: om 17u30 in aanwezigheid van “de wet” is voor de kerk een populier als vrijheidsboom geplant, bekroond met “enen roden hoed”.

Maart 26: 500 soldaten naar Antwerpen.

April 9: 500 soldaten op naar Gent.

April 11: 50 grenadiers te paard naar Gent.

April 12: richting Gent 18 karren geladen met “oude klederen van het peirdevolk”, met zadels en minstens 30 “afgevalle paarden”.

April 15: alle klokken luiden van 6 tot 7u, van 9 tot 10u, van 12 tot 13u, van 15 tot 16u, van 18 tot19u, en van 20 tot 21u omdat de vrede is afgekondigd tussen de koning van Pruisen en de Franse Republiek.

April 16: alle klokken luiden zoals de vorige dag.

April 27: richting Gent 300 Franse soldaten met 6 kanonnen, 9 poederwagens en 21 bagagewagens.

Mei 16: van Antwerpen op weg naar Gent 900 soldaten met 10 bagagewagens en 2 kanonnen.

Mei 25: richting Gent ruim 800 soldaten, 15 bagagewagens en 2 kanonnen.

Mei 27: op weg naar Gent 800 soldaten, 15 bagagewagens en 2 kanonnen.

Mei 28: van Gent richting Antwerpen 800 soldaten met een tiental bagagewagens en 2 kanonnen.

Juni 7: ruim 800 soldaten met enkele bagagekarren gepasseerd.

Juni 15: van Antwerpen naar Gent 3 kanonnen en 6 poederwagens.

Juni 20: in dezelfde richting 800 soldaten met 7 bagagekarren.

Juni 28: van Antwerpen via de Hoekstraat op weg naar Sas-van-Gent ruim 900 soldaten met 8 bagagewagens. In “drij diefrente reijsen gepasseerd” van Antwerpen op weg naar Gent ruim 2.400 soldaten met 24 bagagewagens, waaronder 4 kanonnen.

Juli 11: richting Gent ruim 200 dragonders.

Juli 13: richting Gent ruim 300 soldaten met 4 bagagekarren.

September 3: van Gent naar Antwerpen 2.000 soldaten, 2 kanonnen en 9 bagagewagens.

September 4: ruim 200 dragonders en 3 bagagewagens rijden voorbij.

September 5: richting Gent 7 wagens geladen met “oorlogsgetuig”.

September 6: van Gent naar Antwerpen 1.000 soldaten, een vijftal bagagewagens en 1 kanon.

September 8: richting Antwerpen 6 wagens met oorlogstuig.

Oktober 8: van Antwerpen naar Gent ruim 1.600 soldaten, 20 legerwagens en 3 kanonnen.

Oktober 30: richting Gent ongeveer 400 soldaten met een zestal bagagewagens.

November 4: van Gent naar Antwerpen een 100-tal soldaten met 1 kanon en 2 poederwagens.

November 6: de ganse dag heeft het hevig gewaaid. Veel bomen zijn ontworteld. Schuren en huizen ingestort en molens omgewaaid. Er zijn zelfs enkele doden gevallen.

1796: Franciscus is 13 – 14 jaar

Januari 29: van Gent naar Antwerpen 50 Franse soldaten.

Februari 28: van Gent naar het Land van Waas 100 Franse soldaten.

Februari 29: huiszoekingen door “de Franse wet”.

Maart 5: “de wet” van Zeveneken, vergezeld door 6 soldaten doet huiszoekingen bij de stokerijen.

Maart 21: met tromgeroffel, onder het luiden van de klokken, en in aanwezigheid van een “wacht” soldaten is een eik als nieuwe vrijheidsboom geplant en hebben enkele personen rond de vrijheidsboom gedanst.

April 5: naast de eerder geplante vrijheidsboom wordt “weer een eiken vrijboom geplant met het bijwezen van een wacht soldaten” onder het luiden van de klokken en “geschut van fusikken” van de soldaten en “het rond dansen van de wet” (= gemeentebestuur).

April 7: richting Antwerpen een wacht van 40 man.

April 8: in dezelfde richting een wacht “peirdevolk” van 40 man.

April 29: “al de jonge getrouwde” worden gevierd en het “vrouwvolk” moet zich in het wit kleden met een driekleurig lint. Onder het luiden van de klokken moet rond de vrijheidsboom worden gedanst “gelijk den agent (= een soort burgemeester) het ’s morgens gedaan heeft en tot ’s nachts toe”.

April 30: op weg naar Antwerpen ruim 1.000 Franse soldaten met hun bagage en 2 kanonnen.

Mei 1: eenzelfde aantal richting Antwerpen.

Mei 26: de processie mag de kerk niet verlaten onder voorwendsel dat het kan leiden tot onrust.

Juni 21: een bataljon voetvolk met 2 kanonnen op weg naar Brussel.

Juni 29: men heeft het zegenen met de relikwie van de heilige Eligius op het kerkhof belet. Het oude vaandel op de kerktoren is door een nieuw vervangen onder het luiden van de klokken, en het dansen rond de vrijheidsboom.

Juli 1: op weg naar Antwerpen ruim 500 soldaten met een zestal bagagewagens, waaronder 1 kanon.

Juli 9 – 11: in de kerk worden de “catalogen2 van de confrérieën verwijderd, de wapenschilden afgehakt, en de naam van Maria boven het Onze-Lieve-Vrouw altaar uitgebroken.

November 10: ’s avonds om 7u een honderdtal Franse soldaten op “het spoedigste gepasseerd”, dus in geforceerde mars.

1797: Franciscus is 14 – 15 jaar

Februari 3: in de namiddag van Gent op weg naar Antwerpen “enen van uit den raad van de Conventie van Parijs (= volksvertegenwoordiger) met een wacht paardevolk voren en achteren”.

April 20: om 4u in de namiddag is de pastoor voor het knekelhuisje op het kerkhof begraven.

Mei 4 – 6: gedurende drie dagen worden de klokken “die er nog zijn” geluid om de overeenkomst te vieren afgesloten tussen de Franse Republiek en de Oostenrijkse keizer.

Juni 17: 110 (krijgsgevangen) Oostenrijkse keizerlijke soldaten bewaakt door de Fransen van Gent naar Antwerpen overgebracht. Dit is niet de eerste maal, Thienpont schrijft “hebben dit dikwijls gezien”.

Juli 15: ruim 300 Fransen naar het Land van Waas.

Augustus 5: van Gent naar Antwerpen 60 Franse huzaren.

September 22: 30 Franse huzaren van Antwerpen naar Gent.

September 27: men is begonnen het knekelhuisje op het kerkhof verplicht af te breken. “Het beeld van ons Heere met het cruyse” is ongemoeid gelaten.

September 29: tussen 3 en 4u in de namiddag is het kruis van de toren gehaald door “Nant Knaepe”, een metselaar uit Zaffelare. De andere vijf kruisen hebben hetzelfde lot ondergaan.

September 30: Nant Knaepe heeft op de middag het kruisbeeld van het knekelhuisje verwijderd. Het is naar de kerk overgebracht. In de namiddag hebben de klokken “victorie” geluid om de verjaardag van de “verheininge (= vereniging) met de fransche republiek” te vieren.

Oktober 5: een kind wordt begraven zonder priester of “dienst”.

Oktober 29: tot tweemaal toe hebben de klokken triomfantelijk geluid naar aanleiding van de vrede tussen de (Oostenrijkse) keizer en de Franse Republiek.

November 5 – 7: drie dagen heeft men de klokken geluid. De mensen hebben hun huizen moeten verlichten.

November 5 – 16: alle huizen krijgen een nummer opgeschilderd.

November 27: ruim 800 soldaten van Gent naar Antwerpen.

November 30: “een wagen soldatengoed gepasseerd” op weg naar Gent.

December 1: 30 soldaten van Gent naar Antwerpen en van Antwerpen naar Gent ruim 800 soldaten met 3 bagagewagens.

1798: Franciscus is 15 – 16 jaar

Januari 8 – 9: de dorpswacht heeft in het dorp en in alle wijken gepatrouilleerd en alle wegen naar Lokeren gecontroleerd op passanten. Wie niet in het bezit is van een paspoort werd opgesloten.

Januari 13: het luiden van de klokken wordt verboden omdat men denkt dat het de mensen aanzet tot bidden.

Maart 20: viering van de decade. Er is een podium tegen de kerkmuur geplaatst ter hoogte van het “uitleeshuiseken”. De ouderlingen van de parochie worden “gevraagd en verzocht de fransche faste” bij te wonen. Men komt samen ten huize van herbergier Bernard Van Doosselaere om van daar uit in processie naar het podium op te stappen. De klokken worden met tussenpozen geluid. Ter plaatse aangekomen heeft Jacobus De Wilde de menigte toegesproken. Alhoewel, hij heeft een tekst van een papier afgelezen en hij is met moeite gehoord, waarop men heeft ingegrepen en men alles met luide stem heeft herhaald. Stoetsgewijs is men naar de herberg van Van Doosselaere teruggekeerd waar ze het middagmaal hebben genuttigd. Voor de bevolking is er anderhalve ton bier voorzien. Er zijn wedstrijden met als prijs 3 “snuitdoeken”, een halve steen (= gewichtseenheid) “peperbollen” (= muskaatnoten). In de namiddag is er bij het afsluiten van het feest door agent (= soort burgemeester) P. F. D’Hondt nog een halve steen peperbollen van op het podium te grabbel gegooid.

Mei 6: (een zondag) een opgevorderd transport brengt kasseien vanuit Waasmunster naar de steenweg om die te herstellen.

Mei 13: (een zondag) opnieuw moeten kasseien worden gehaald.

Mei 17: na de vroegmis zijn de mensen aangemaand om te werken aan de kasseiweg, niettegenstaande het de hoogdag is van Onze-Lieve-Heer-Hemelvaart.

Juni 12: om 7u45 ’s avonds is de parochiekerk door directoirecommissaris De Turck 3 (hoofd van het municipaal kanton) en twee “garde sanpieters” en door de agent van Zeveneken verzegeld. Ze zijn via de Hoekstraat het dorp binnengereden. De commissaris en de twee gendarmen gezeten in een “seise” (= sjees) zijn vergezeld door 6 Franse huzaren. Ze hebben halt gehouden aan herberg “De drie Ringen” en van daar zijn ze naar de kerk gegaan.

Juni 17: de mensen wonen de vroeg- en hoogmis bij op het kerkhof, gezeten rond de kerk daar deze nog steeds gesloten is. Agent D’Hondt heeft ten tijde van de hoogmis zijn officier (= politieagent) de opdracht gegeven de mensen van het kerkhof weg te jagen, maar die heeft niet ingegrepen. Op de middag is een overledene aangevoerd. De mensen hebben de kist bij gebrek aan baarkleed met een “faelde” (= zwarte omslagdoek) bedekt. Het lijk is zonder geestelijke of koster ter aarde besteld.

Juni 25: D’Hondt, zijn officier en een Franse soldaat hebben ’s ochtends om 6u45 de mensen tot tweemaal toe van het kerkhof gejaagd. Ze zijn er samengekomen om het patroonfeest van Sint-Elooi te vieren. Het is tevens de eerste kermisdag.

Juli 14: onder de vrijheidsboom wordt feest gevierd. Onder het luiden van de klokken en met tromgeroffel is een driekleurig vaandel rondgedragen.

Juli 27 – 28: iedereen moet de val van Robespierre en zijn aanhang vieren. De klokken moeten worden geluid en ’s avonds moet men de huizen verlichten.

Augustus 10: D’Hondt heeft de mensen, die op het kerkhof verzameld zijn om de Heilige Laurentius te vieren met een mis, door twee gendarmen te paard laten wegjagen.

Oktober 12: in Overmere is er verzet tegen de conscriptiewet die op 24 september van kracht was geworden.

Oktober 13: de jongeren van 20 en 21 jaar worden opgeëist en moeten binnen de “eerste fransche weke” (= binnen de 10 dagen gezien de invoering van een decadekalender) als soldaat optrekken.

Oktober 16: ruim 25 ruiters met getrokken sabel rukken op naar Lokeren. In Overmere is er opstand uitgebroken (= de Boerenkrijg).

Oktober 17: 14 ruiters begeven zich van Lokeren naar Gent

Oktober 18: vanuit Gent trekken ruim 150 soldaten naar Lokeren. Gezien de omstandigheden beveelt de directoirecommissaris de theaterstukken die werden opgevoerd in het kanton, en onder andere bij Alexandre in Zeveneken, te verbieden.

Oktober 19: naar Lokeren trekken 30 Franse soldaten met een kanon en een poederwagen.

Oktober 20: ruim 30 Franse dragonders met een kanon en twee poederwagens rukken op naar Lokeren tegen het oproer in Haasdonk (waar op 18 oktober bij een botsing tussen het volk, de gendarmen en Franse troepen minstens 11 doden waren gevallen) en Beveren en “in de ronde van Antwerpen”.

Oktober 21: de “boerejonkheid” is de sleutel van de kerk gaan halen bij de weduwe J.F. Haes. Om 9u45 hebben de jongeren van Zeveneken beide klokken geluid. De kerk is volgelopen en de mensen roepen “Viva Jezus”. De “kleijne jonckheyd” is naar de vrijheidsboom getrokken en heeft het officiële uithangbord aan stukken geslagen. De Franse driekleur en kokardes zijn verwijderd. In de namiddag arriveren twee commissarissen en twee gendarmen uit Lokeren. In Lokeren is een oproer uitgebroken en men heeft er het stadhuis en de huizen van de wethouders geplunderd. Er zijn ook verschillende doden gevallen.

Oktober 23: vanuit Gent is een koets met twee commissarissen en geëscorteerd door een tiental gendarmen richting Lokeren gereden.

Oktober 24: het kasteel in buurgemeente Lochristi, waar de hoofdzetel van het kantonbestuur was gevestigd, is door tegenstanders van de Fransen geplunderd. Opstandelingen zijn om 11u45 in Zeveneken aangekomen en hebben tot tweemaal toe alarm geluid. Ze zijn naar de koster getrokken en hebben er het kruisbeeld van het knekelhuis meegenomen om het op zijn oorspronkelijke plaats terug te zetten. Ze hebben kaarsen aangestoken en gebeden. Daarna werd de vrijheidsboom omgehakt. Vanuit Lokeren zijn als “briesschende leeuwen” gendarmen en Frans voetvolk met een kanon en poederwagen aangekomen die “zeer furieus kwamen te schieten en te kappen”. Ze drongen binnen in verschillende huizen. Het treffen duurde ongeveer twee uren en er zijn drie doden gevallen. Er zijn ook verschillende gekwetsten. Achteraf had men nog iemand van Zaffelare in een gracht gevonden. Na hun terreur wordt het kruis van het knekelhuis door de Fransen op de grond geworpen die het met hun sabel bewerken. Het beeld van “ons Heer” is in stukken gehakt. Verschillende huizen werden door de soldaten geplunderd. Aan Franse zijde zijn ook verschillende gewonden gevallen.

Oktober 25: gedurende de nacht heeft een afdeling burgerwacht uit Gent, die men volgens de auteur van het dagboek naar het schijnt “sansculotten” noemt, hun intrek genomen in de herberg van Bernardus Van Doosselaere. In de kerk worden de klokrepen en klepelriemen verwijderd en bij Van Doosselaere in bewaring gegeven. In de namiddag trekken ruim 400 Franse soldaten, die in een geforceerde mars van Rijsel komen, door het dorp. Ze hebben 2 kanonnen, 2 poederwagens en 12 boerenwagens mee, waarvan enkele geladen met kanonkogels. Ze zijn op weg naar Lokeren en vandaar verder naar dorpen in het Waasland.  Daarna worden de vier mannen die “door het sweird van de Fransche soldaten waren omgekomen in een gezamenlijke kuil voor het knekelhuisje begraven.

Oktober 26: de “ghentsche sansculotten” laten omroepen dat al wie in zijn huis boeren of brigands verbergt, het risico loopt dat het wordt platgebrand. In de namiddag is een patrouille Franse ruiterij met pistool in de hand voorbijgereden.

Oktober 27: Franse ruiters en soldaten trekken heen en weer.

Oktober 28: 80 Franse soldaten en 28 ruiters met 3 kanonnen, 3 poederwagens, 1 kar en 2 sjezen zijn gepasseerd op weg naar Oudenaarde waar een boerenopstand is uitgebroken. De “sansculottewacht” heeft Zeveneken verlaten.

Oktober 31: het Franse bestuur heeft de twee eiken vrijheidsbomen tot op de grond afgezaagd en een nieuwe geplant.

November 2: vanuit het Waasland zijn 2 wagens elk door 4 paarden getrokken en geladen met “boerejonkheid” gepasseerd op weg naar de Gentse gevangenis. Ze worden begeleid door 13 Franse dragonders te paard met getrokken sabel.

November 7: er zijn 4 karren en 2 wagens met gevangen genomen boeren uit het Waasland gepasseerd op weg naar de gevangenis in Gent.

November 8 – 9: twee wagens met gevangen “boerenjongens” gepasseerd.

November 11: commissaris Dubois uit Gent is hier met een lijfwacht van ongeveer 30 ruiters gepasseerd op weg naar Sint-Niklaas.

November 12: opnieuw zijn 2 wagens met gevangen boeren gepasseerd op weg naar de gevangenis in Gent.

November 14: de klokken worden uit de toren verwijderd en neergelaten op de vloer onder de toren door agent Jan van Petegem, adjunct Lieven de Backer, “garde sangpitter” Philip Philet, timmerman Pieter Kerchaert, smid Francies Hersens, wagenmaker Pier Jan D’Hondt en drie molenmakers uit Lokeren.

November 19: zeven karren geladen met de stukgeslagen klokken van Eksaarde (gebeurde de dag ervoor) passeren onder Franse begeleiding door het dorp richting Gent. Drie bewaakte karren en één wagen met boerenjongens trekken voorbij op weg naar de gevangenis in Gent.

November 22: de gevangen genomen priesters uit het Land van Waas worden onder bewaking van 12 Franse ruiters afgevoerd naar de gevangenis van Gent.

November 26: de klokken van Zeveneken worden op twee wagens geladen.

November 27: uit het Land van Waas en op weg naar Gent zijn twee wagens met “boerejonkheid” en één koets met overwegend priesters gepasseerd. Het transport wordt bewaakt door een zestal Franse ruiters. Onder begeleiding van 4 Fransen zijn er twee wagens, geladen met de klokken van Lokeren, voorbijgetrokken richting Gent.

November 28: nog drie wagens met in stukken geslagen Lokerse klokken passeren het dorp, samen met 60 Franse soldaten.

November 30: vanuit Brabant is onder een escorte van 40 Franse dragonders een sjees met daarin Henricus van der Noot gepasseerd. De twee grootste klokken van Vrasene zijn via Zeveneken afgevoerd naar Gent. De wagen met de “zwaarste klok werd getrokken door 7 paarden, de andere wagen door 4 paarden.

December 2: 3 klokken van Hamme en1 klok van Sint-Anna (andere parochie van Hamme).

December 5: de klokken van Zeveneken zijn op de wagens van Pieter Meulewater en Pieter Van Doorsselaere geladen. Om 1u zijn ze van het hof van Apers vertrokken naar Gent.

December 6: een elftal karren geladen met de verbrijzelde klokken van Beveren worden door een zestal Franse soldaten begeleid naar Gent.

December 8: verscheidene karren met “boerenjonkheid” en boeren uit het Land van Waas worden door de Franse opgeleid naar de gevangenis te Gent.

December 16: de mensen die op het kerkhof de hoogmis bijwonen, worden door 12 Franse ruiters, die op weg zijn naar Gent, van het kerkhof verdreven. Tijdens de vespers heeft zich eenzelfde tafereel afgespeeld. Vier ruiters hebben hun paarden het kerkhof opgejaagd.

December 17: 7 conscrits uit het Waasland worden naar Gent overgebracht om in het leger te dienen

December 20 ongeveer 80 jongelingen uit het kanton Haasdonk worden onder begeleiding naar Gent gebracht.

December 31: de verbrijzelde klokken van Moerbeke geladen op vijf wagens, worden naar Gent overgebracht.

1799: Franciscus is 16 – 17 jaar

Januari 7: ongeveer 25 Franse soldaten zijn in de namiddag in Zeveneken toegekomen. Ze hebben de voornaamste burgers, een 25-tal, in de kerk samengebracht en opgesloten. Wie bekent een geweer te bezitten is vrijgelaten op voorwaarde dat ze de dag nadien het geweer zullen binnenleveren bij de Franse commandant. Wie beweert er geen te bezitten bleef tot 23u opgesloten. Wie ervan verdacht werd de Fransen niet in het hart te dragen, wordt gestraft door inkwartiering van 4 Franse soldaten.

Januari 17: de grote klok van Moerbeke is naar Gent overgebracht.

Maart 1: het gerucht doet de ronde dat de Fransen al de bomen op de steenweg tussen Gent en Antwerpen zullen aanslaan. Dit heeft tot gevolg gehad dat verscheidende mensen hun linden hebben gerooid.

Maart 2: de kerkmeester heeft in opdracht van de Fransen deze avond de statiën (van Sint-Elooi ?) rond de kerk moeten verwijderen.

Maart 4: in de voormiddag hebben de Fransen ook de laatste klok uit de toren gehaald.

Maart 8: op weg naar Gent een wagen met de ornamenten van de kerk van Beveren, de in beslag genomen geweren van Lokeren, en op een andere wagen vaandels, kandelaars, de processiehemels, en de kerkgewaden uit de kerk van Lokeren.

April 8: de pastorie is verpacht aan een familie Stevens, die van plan is er een herberg in uit te baten.

Mei 1: om 16u30 zijn uit Gent en Lochristi negen ruiters “gezeijt peirtsteirten”, een commissaris en de wet (justitie) aangekomen om de voor het leger uitgelote jongens triomfantelijk in te halen. Ze zijn verwelkomd en begeleid door muzikanten, een grote trommel en driekleurige vaandels. Ze stapten op tot aan de vrijheidsboom waar ze samen met de commissaris rond de boom hebben gedanst.

Oktober 3: openbare verkoop van het kerkmeubilair van Zeveneken, ook de ciborie, offerschalen, doeken, orgel, kerkstoelen, het uurwerk, enz, enz., enz.

4

Notes:

  1. De dagboeken zijn nagenoeg integraal gepubliceerd. SCHEPENS Erik, “Het dagboek van Livinus Thienpont uit Zeveneken. Plaatselijke kroniek van de Franse verdrukking en bezetting.”, artikel in “Heemkundige kring De Oost-Oudburg vzw”, jaarboek XXXV, 1998, p. 87-174
  2. De borden waarop de leden van de broederschappen werden vermeld door het aanbrengen van papieren strookjes of houten latjes, voorzien van de naam van de gildebroeder
  3. Paulus De Turck woonde in een prestigieuze herenwoning binnen de wijk Sint-Amandsberg, toen onderdeel van de gemeente Oostakker. In bijgebouwen was een jeneverstokerij gevestigd. In 1881 werden woning en bedrijfsgebouwen (waar toen een chocolade- en cichoreifabriekje in gevestigd was) door Eugenius Capiteyn, de zoon van Franciscus Arnoldus Capitaine aangekocht, nadat hij ze sinds 1861 had gehuurd en uitgebaat
  4. versie 2018